Laatste verandering.

17-04-2017

15-05-2016

02-02-2016

14-01-2016

24-12-2015

25-10-2015

22-09-2015

29-01-2015

11-11-2014

23-10-2014

17-10-2014

17-02-2014

15-02-2014

22-12-2013

Dachboek-3 operaties.

Aanvulling op-Je kunt niet.

Krishnamurti.

De mens en zijn evolutie.

Sporen van een verloren kind.

E-mail gesprek aan de deur.

Einstein had het mis.

Beelddenken 1,2,3, en 4.

Inleiding 2.

Differentiatie

Zwartepiet.

Dimensies en Utopia.

De basis van een relatie kiezen.

Is er dan niet anders om.

Als u in het sub menu op een nummer klikt kunt u de mp3 hier boven beluisteren.

Button Button Button Button Button Button Button Button Button Button Button Button Button Button

                                                               * Is het mogelijk om meer bewust te worden. *

Wij zeggen, ik ben mij ervan bewust.
Dat betekend dat ik op dat moment bewust moet zijn van mijzelf en van wat ik met woorden probeer duidelijk te maken.
Bewustzijn betekend dat ik voel dat ik besta, niet een weten dat ik besta, maar een voelen een gewaarwording, hier ben ik, dat ik het voel dat ik hier ben, mijzelf kan aanraken, dat ik daar besef van heb dat ik mij zelf aanraak.
Dit wordt ook wel zelfherinnering genoemd, het is geen herinnering dat ik besta, maar een gewaarwording.
Een besef hebben van mij zelf, dan voel ik het ik, en dat is een gevoel dat je aanwezig bent bij wat je zegt en doet.
Dan zijn er dus twee of meer dingen tegelijkertijd, het gevoel dat ik besta, en de inhoud van de woorden en waar ik naar kijk of hoor, dit alles tegelijkertijd.
Als dit zich niet tegelijkertijd in mij manifesteert, betekend dat, dat Herman zich er niet bewust van is wat hij ziet of hoort.
Het grappige van bewustzijn is als ik dit lees en denk!, nou en, nooit bewust zal worden en blijf ik zogenaamd onbewust.

Als ik dit kan waarnemen (door naar mij zelf te kijken) dat deze twee dingen zich niet tegelijkertijd in mij manifesteren, dat dan die waarneming van het niet kunnen een bewuste waarneming is.
Ik neem waar dat ik dat niet kan, is een bewuste waarneming.

Het woord dat ik besta is er wel, maar het gevoel van bestaan is er niet, (als zijnde hier ben ik.)
De uitspraak ik ben mij er van bewust is dan ook niet waar, dit noem ik onbewust liegen tegen je zelf en anderen.
Er worden bijna alleen maar onbewuste uitspraken gedaan, er is wel een hoed maar geen rand.

Als je dit zelfbewustzijn je eigen hebt gemaakt, dan zie je na verloop van tijd dat de maatschappij niet anders kan functioneren zoals hij functioneert, omdat iedereen die zich niet van zichzelf bewust is altijd handelt om er zelf beter van te worden, (tussen de oren wel te verstaan) dit is een uit de hand gelopen overleven.

Waarschijnlijk was dit overleven van nature bedoeld om de soort of groep in stand te houden, en niet om een individu zogenaamd meer aanzien te geven binnen een groep.

Ik zeg dan ook vaak niet meer U, met ik en jij zijn wij meer gelijk.

Dat wij Nederlanders nu een nieuwe Koning en Koningin bezitten is omdat het onze Koning en Koningin is, als de U, in U zelf om zeep is gebracht (door inzicht in je zelf) dan bestaat er geen Koning en Koningin meer, zij houden op te bestaan omdat zij alleen maar door ons zelf, in ons denken boven ons zelf geplaatste personen bestaan.

Nog even voor de duidelijkheid, deze twee mensen blijven wel bestaan, maar hun tittel heeft afgedaan, deze tittel en waar het voor staat is een gevolg van onze conditionering, wij hebben dit in onze jeugd gekopieerd van onze opvoeders.
Daar is niets van ons zelf bij, wij zijn dat geworden, en het is versterkt door ons eigen denken, hier door hebben wij ons zelf ondergeschikt gemaakt aan onze eigen ideeën, en wordt het een doodzonde om niet met een vlaggetje te zwaaien op hun feest dagen.  

Sorry, mensen als je hier niets mee kunt, zie het dan maar als onzin, anders ligt U er nog wakker van.

Slaap lekker, Herman.

                                                                  * Wat is bewustzijn? *



In het gewone spraakgebruik wordt het woord 'bewust­zijn' meestal gebruikt als equivalent van het woord 'intel­ligentie', in de zin van werkzaamheid van de geest.

In werkelijkheid is bewustzijn een heel specifiek 'gewaar-zijn' in een mens, een gewaarzijn van wie hij is, waar hij is, en voorts gewaarzijn van wat hij weet en wat hij niet weet, enzovoorts.

Alleen iemand zelf kan weten of hij op een gegeven moment bewust is of niet. Dit werd reeds lang geleden bewezen in een bepaalde lijn van denken in de Europese psychologie, die tot het inzicht kwam dat alleen iemand zelf bepaalde dingen met betrekking tot zichzelf kan weten.

Iemand kan dus alleen zelf weten of zijn bewustzijn op een gegeven ogenblik al of niet aanwezig is. Dit betekent dat de aanwezigheid of afwezigheid van bewustzijn in iemand niet kan worden aangetoond door zijn uiterlijke gedragingen waar te nemen. Zoals ik hiervoor al zei, werd dit feit reeds lang geleden vastgesteld, maar het belang ervan werd nooit volledig onderkend omdat dit denkbeeld altijd verbonden was met de opvatting van bewustzijn als een mentaal proces of werkzaamheid van de geest.

Iemand kan zich er rekenschap van geven dat hij tot op dát moment niet bewust was; wanneer hij deze realisering daarna weer vergeet — en zelfs wanneer hij zich deze her­innert — is dit niet bewustzijn. Het is alleen maar de her­innering aan een intense ervaring. Nu wil ik een ander feit onder uw aandacht brengen dat alle moderne psychologische scholen over het hoofd heb­ben gezien. Dit is het feit dat het bewustzijn bij een mens, wat dit ook betekent, nooit in dezelfde toestand blijft. Het is er, of het is er niet. De hoogste bewustzijnsmomenten vormen de herinnering. Andere momenten herinnert een mens zich eenvoudig niet. Dit, meer dan iets anders, geeft iemand de illusie van voortdurend bewustzijn of onafgebroken `gewaarzijn'.

Sommige moderne psychologische scholen verwerpen bewustzijn helemaal, ontkennen zelfs de noodzakelijkheid van een dergelijk begrip, maar dat is gewoon het summum van onbegrip. Andere scholen — als ze zo genoemd kun­nen worden — spreken van bewustzijnstoestanden en bedoelen daarmee gedachten, gevoelens, bewegingsimpul­sen en gewaarwordingen. Dit berust op de fundamentele fout dat men bewustzijn en psychische functies door elkaar haalt. In feite houdt de moderne psychologie zich in de meeste gevallen nog aan de oude uitspraak dat bewustzijn geen graden of niveaus heeft. De algemene, zij het stilzwijgen­de, aanvaarding van deze idee, ook al was deze in tegen­spraak met vele latere ontdekkingen, heeft menige waarneming over variaties van bewustzijn verhinderd.

Het is een feit dat bewustzijn zichtbare en waarneembare graden heeft, althans zichtbaar en waarneembaar voor iemand in zichzelf.

Ten eerste de duur: hoe lang was men bewust?

Ten tweede de frequentie: hoe vaak werd men bewust? Ten derde de omvang in breedte en diepte: waarvan was men zich bewust? Dit laatste kan in sterke mate verande­ren met de innerlijke groei van een mens.

Als we alleen de eerste twee punten beschouwen, zullen we in staat zijn de idee van een mogelijke evolutie van de mens te begrijpen. Deze idee is verbonden met een zeer belangrijk punt dat volkomen bekend was in de oude psy­chologische scholen, zoals bijvoorbeeld die van de schrij­vers van de Philokalia, maar waaraan de Europese filosofie en psychologie van de laatste twee à drie eeuwen volko­men aan voorbij zijn gegaan.

Dit betreft het feit dat bewustzijn door middel van speciale inspanningen en een speciale studie continu en contro­leerbaar kan worden gemaakt. Ik zal proberen duidelijk te maken hoe bewustzijn bestu­deerd kan worden.


Neem een horloge of klok en kijk naar de secondewijzer terwijl u tegelijkertijd probeert bewust te zijn van uzelf en u te concentreren op de gedachte 'ik ben Herman Meijer', 'ik ben hier, nu'. Probeer aan niets anders, te denken, volg eenvoudig de beweging van de wij­zer terwijl u zich bewust bent van uzelf, uw naam, uw bestaan en de plaats waar u bent. Sluit u af voor alle andere gedachten.

Als u volhoudt zult u in staat zijn dit twee minuten te doen. Dat is de limiet van uw bewustzijn. En als u pro­beert dit experiment even later te herhalen, zult u merken dat het moeilijker is dan de eerste keer.

Deze proef laat ons zien dat iemand zich in zijn natuurlij­ke staat met grote inspanning hoogstens twee minuten van één onderwerp (zichzelf) bewust kan zijn.

De belangrijkste conclusie die iemand uit dit experiment, als het op de juiste wijze wordt uitgevoerd, kan trekken, is dat een mens zich niet van zichzelf bewust is. De illusie dat iemand zich van zichzelf bewust is, wordt veroorzaakt door herinnering en denkprocessen.

Iemand gaat bijvoorbeeld naar de schouwburg. Als hij daar regelmatig komt, is hij zich er niet speciaal bewust van daar te zijn. Toch kan hij de dingen om zich heen zien en waarnemen, van de voorstelling genieten of deze verve­lend vinden, zich het stuk herinneren, zich de mensen herinneren die hij ontmoet heeft, enzovoorts.

Wanneer hij thuiskomt, herinnert hij zich dat hij in de schouwburg was en hij zal stellig denken dat hij zich bewust was terwijl hij daar was. Er bestaat voor hem dus geen enkele twijfel over zijn bewustzijn en hij beseft niet dat zijn bewustzijn volledig afwezig kan zijn, terwijl hij toch redelijk kan handelen, denken en waarnemen.

In het algemeen gesproken zijn er voor een mens vier bewustzijnstoestanden mogelijk. Dit zijn: de slaap, de waaktoestand, zelfbewustzijn en objectief bewustzijn. Maar hoewel deze vier bewustzijnstoestanden mogelijk voor hem zijn, leeft iemand feitelijk maar in twee ervan: het ene deel van zijn leven brengt hij door in slaap en het andere in wat de 'waaktoestand' wordt genoemd, hoewel zijn waaktoestand in werkelijkheid maar heel weinig ver­schilt van de slaaptoestand.